Valkhofvereniging

Toeristische informatie over het Valkhof. Scan de codes bij de bezienswaardigheden om alles te zien!

Korte geschiedenis van het Valkhof

Het gebied in Nijmegen-centrum tussen de Waalkade en het Kelfkensbos werd al voor onze jaartelling bewoond en heeft in de geschiedenis altijd een belangrijke rol gespeeld. Een prominent onderdeel van dit gebied, gelegen ten noorden van de Voerweg, is sinds de late Middeleeuwen beter bekend als Het Valkhof.

Strategisch belang

Deze plek was zeer strategisch van aard. Als uitloper van de stuwwal uit de IJstijd was het gebied hoog gelegen ten opzichte van de rivier de Waal en het aan de overzijde gelegen vlakke land de Betuwe. De Bataven en later ook de Romeinen maakten daar zeer dankbaar gebruik van. Na de Romeinse tijd was het Valkhof een paar eeuwen niet of nauwelijks bewoond, totdat Keizer Karel de Grote rond 777 op het toneel verschijnt als hij Pasen viert in een zogeheten Palts op het Valkhof.

Weer een paar eeuwen later werd de Palts zwaar beschadigd door de Noormannen maar in het jaar 1155 prachtig ombouwd door de Rooms-Duitse Keizer Frederik Barbarossa tot een versterkte burcht.

De burcht kwam daarna in handen van het Hertogdom Gelre en werd diverse keren verbouwd, waarbij de grondvorm van Barbarossa, met karakteristieke Donjon en ringmuren, behouden bleef. Tijdens de Franse bezetting werd de burcht (in 1796 en 1797) helaas afgebroken omdat de Provincie Gelderland geld nodig had. Gelukkig kon de Gemeente Nijmegen de St. Nicolaaskapel en Barbarossaruïne uit handen van de slopers redden. Daarna werden deze beide kapellen begin negentiende eeuw in een nieuw stadspark geïntegreerd.

Herontwerp

Het park werd rond 1800 op vernieuwende wijze in Engelse stijl herontworpen door  J. D. Zocher Sr. Ongeveer 30 jaar later paste Hendrik van Lunteren dat ontwerp ingrijpend aan. Na de stadsuitbreiding van 1878 gaf de Vlaamse tuinarchitect Lieven Rosseels het park in 1886 een nieuwe indeling met een brug over de Voerweg naar het Kelfkensbos.

Restanten bebouwing

Van vroegere bebouwing rest nog:

  1. Een volledige kapel: de St. Nicolaaskapel, ook bekend als Karolingische kapel,
  2. Een ruïne: de absis of het koor van de voormalige St. Maartenskapel, beter bekend als Barbarossa­ruïne,
  3. Delen van een burchtommuring met een restant van een verdedigingstoren,
  4. Een klein gedeelte van een laatmiddeleeuwse stadsmuur met twee torens,
  5. Een tweetal parkpoorten: een uit eind negentiende eeuw (met brug) en een uit het begin van twintigste eeuw van architect Oscar Leeuw,
  6. De zogenaamde Valkhoftrappen als verbinding tussen het hooggelegen park (grenzend aan het centrum van de stad) en de lager gelegen Waalkade (met een uitgaanskern van de stad). Aan de zijde van het stadscentrum staat op het voorterrein nog een monument dat herinnert aan de opening van de spoorlijn Nijmegen-Kleef (1865).